Artikel 36b Aw
1 De opsporingsambtenaren zijn bevoegd, tot het opsporen van de bij deze wet strafbaar gestelde feiten en ter inbeslagneming van hetgeen daarvoor vatbaar is, elke plaats te betreden.
2 Indien hun de toegang wordt geweigerd, verschaffen zij zich die desnoods met inroeping van de sterke arm.
3 In woningen treden zij tegen de wil van de bewoner niet binnen dan op vertoon van een schriftelijke bijzondere last van of in tegenwoordigheid van een officier van justitie of een hulpofficier van justitie. Van dit binnentreden wordt door hen binnen vierentwintig uren procesverbaal opgemaakt.
Dit commentaar is geschreven door mr. B.R.J. van Ramshorst en mr. A.C.M. Alkema en gecontroleerd op actualiteit door de redactie van deLex.
Oorsponkelijke wettekst:
http://wetten.overheid.nl/BWBR0001886/2015-07-01#HoofdstukII_Artikel36b
http://wetten.overheid.nl/BWBR0001886/2015-07-01#HoofdstukII_Artikel36b
Commentaar
Inhoudsopgave
1 Algemeen
2 Wie zijn bevoegd
3 (Bijzondere) last
4 Inbeslagname
5 Literatuur
1 Algemeen
Dit artikel is in 1973 ingevoerd en betreft een bijzondere regeling ten aanzien van artikel 55 Sv met betrekking tot de bevoegdheden van de (buitengewoon) opsporingsambtenaar inzake binnentreden. Binnentreden en inbeslagname met betrekking tot alle in de Auteurswet strafbaar gestelde feiten is mogelijk...