Artikel 50 ROW 1995

1 Een Europees octrooi wordt geacht van de aanvang af geheel of gedeeltelijk niet de in de artikelen 53, 53a, 72 en 73 bedoelde rechtsgevolgen te hebben gehad naar gelang het octrooi geheel of gedeeltelijk is herroepen of beperkt.
2 De terugwerkende kracht van de herroeping heeft geen invloed op:
a. een beslissing, niet zijnde een voorlopige voorziening, ter zake van handelingen in strijd met het in de artikelen 53 en 53a bedoelde uitsluitend recht van de octrooihouder of van handelingen als bedoeld in de artikelen 72 en 73, die voor de herroeping in kracht van gewijsde is gegaan en ten uitvoer is gelegd;
b. een voor de herroeping gesloten overeenkomst, voor zover deze voor de herroeping is uitgevoerd; uit billijkheidsoverwegingen kan echter terugbetaling worden geëist van op grond van deze overeenkomst betaalde bedragen, en wel in de mate als door de omstandigheden gerechtvaardigd is.
3 Voor de toepassing van het tweede lid, onder b, wordt onder het sluiten van een overeenkomst mede verstaan het ontstaan van een licentie op een andere in de artikelen 56, tweede lid, 59 of 60 aangegeven wijze.

Commentaar

Inhoud

1 Algemeen. 1

2 Oppositie. 1

3 Terugwerkende kracht. 1

4 Uitzonderingen. 1

 

Literatuur: R. van der Veen, Enige consequenties van nietigverklaring met terugwerkende kracht, BIE 1985, 254‑257.

1 Algemeen

Artikel 50 regelt de rechtsgevolgen van een herroeping van een Europees octrooi in oppositie.

 

2 Oppositie

Het EOV kent de mogelijkheid van oppositie tegen een volgens dat verdrag verleend octrooi. In afwijking van de situatie in Nederland ond...